trainen

Gedragstherapie voor honden bestaat uit diverse onderdelen die tezamen een totaalpakket vormen. Om te beginnen vindt een uitgebreid intakegesprek plaats om een beeld te krijgen van de hond zelf, de voorgeschiedenis, het ongewenste gedrag en de omstandigheden waarin zich dit profileert. Dit eerste consult duurt vaak 1,5 tot 2 uur.

Indien nodig worden er video-opnames gemaakt om het gedrag nader te bestuderen en worden er specifieke gedragstests afgenomen. De gedragstherapeut stelt op basis hiervan een diagnose en een op iedere individuele baas-hond combinatie afgestemde therapie vast. De eigenaar wordt goed en duidelijk ingelicht en begeleid, zodat hij gemotiveerd aan de gang kan. In overleg met de eigenaar worden de vorderingen geëvalueerd en voor zover nodig nader bijgestuurd.

Wat is gedragstherapie

Bij gedragstherapie wordt dus met name gezocht naar het ontstaan van het ongewenste gedrag. Probleemgedrag kan namelijk het best verholpen worden door de oorzaak ervan aan te pakken en niet alleen de symptomen ervan te bestrijden.

Uiteraard behoort dit niet altijd tot de mogelijkheden. Een onvoldoende socialisatie kan door een therapie niet ongedaan gemaakt worden. De therapeut kan wel proberen om het gedrag van de hond zo te verbeteren dat het probleem hanteerbaar wordt. Ook aan genetische aanleg kan een gedragstherapeut niets veranderen, maar in overleg met de eigenaar kan wel gezocht worden naar mogelijkheden om de in de hond aanwezige eigenschap op een andere manier te benutten.

Het gedrag wordt dan omgebogen, maar niet weggetraind. Bij dit soort problemen is het natuurlijk wel zaak dat de eigenaar continu alert blijft. Zodra gestopt wordt met het bijsturen van het ongewenste gedrag, zal de hond vroeg of laat weer terugvallen in zijn oude gedrag.

Aangeleerd ongewenst gedrag

Wanneer er sprake is van aangeleerd ongewenst gedrag, is het wel mogelijk dit blijvend te veranderen. Ook hier is de oorzaak van het ontstaan van het probleem en de oorzaak van het door de hond blijven volharden in zijn gedrag weer de eerste puzzel die moet worden opgelost. Het is niet altijd eenvoudig die puzzel op te lossen, maar dat is nou juist de uitdaging die u niet zelf hoeft aan te gaan; die uitdaging is voor de gedragstherapeut.

Toch is gedragstherapie voor de eigenaar evenzeer een uitdaging, want met name in de eerste weken heeft de eigenaar het niet makkelijk. Opeens moet een dagelijkse gang van zaken volledig omgegooid worden en alles wat tot nu toe zo onbewust gebeurde moet tot het verleden gaan behoren; elke handeling naar de hond toe moet overdacht zijn. Dat alles valt vaak helemaal niet mee. Voor de hond echter wel. Die pikt de veranderingen meestal razendsnel op. Het zijn namelijk veranderingen die worden gebracht in een taal die hij maar al te goed begrijpt: hondentaal.

De gedragstherapeut kan in overleg met de eigenaar besluiten de therapie te ondersteunen met hulpmiddelen. Er zijn inmiddels veel hulpmiddelen ontwikkeld, die alle hun eigen goede eigenschappen hebben. Zo valt bijvoorbeeld te denken aan de Gentle Leader, de Follow Me of de MasterPlus; allemaal diervriendelijke hulpmiddelen waarmee goede resultaten worden geboekt. Soms moet er eerst een blokkade bij de hond worden weggenomen.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan angst. Wij mensen kunnen dan wel van mening zijn dat er geen reden tot angst is voor de hond, maar dat neemt de angst bij de hond niet weg. Hierdoor zou het kunnen zijn dat hij niet open staat voor nieuwe indrukken, waardoor de therapie zinloos wordt. Met een ondersteuning door middel van Bach Bloesem Remedies kan voor een opheffing van die blokkade worden gezorgd.

Faalangst

Daarnaast kan het zijn dat een hond alleen nog maar meent te kunnen falen, evenals de eigenaar die al van alles heeft geprobeerd zonder resultaat. In zo’n geval is het voor beide van belang goed te kunnen doen en daarvoor te worden beloond. Met de clicker – die alleen gebruikt wordt om dingen aan te leren en dus niet om af te leren – kan bepaald probleemgedrag worden omgetraind tot een met het probleemgedrag onverenigbaar nieuw gedrag.

De clicker laat snel resultaat zien en werkt daardoor bijzonder motiverend bij zowel de baas als de hond. De wisselwerking tussen beide doet de rest. In sommige gevallen kan ook gekozen worden voor de discs. Hiermee wordt de hond geleerd dat bepaald ongewenst gedrag dat hij wil gaan vertonen, geen beloning en daarmee dus niet het gewenste resultaat zal opleveren. De motivatie tot dit gedrag wordt hierdoor weggenomen, waardoor het ongewenste gedrag zal verdwijnen.

Probleemgedrag bij honden

Ondanks alle goede zorgen van jou als eigenaar en ondanks het feit dat je wel degelijk een gehoorzaamheidscursus heeft gevolgd, kan het zijn dat de hond toch ongewenst gedrag vertoont. Wanneer je, dan wel je omgeving, dit ongewenste gedrag als een probleem ervaart, is er sprake van probleemgedrag.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Ongehoorzaamheid
  • Angst (voor onweer, vuurwerk, auto’s etc.)
  • Niet alleen thuis kunnen zijn
  • Najagen van joggers, fietsers, auto’s
  • Agressief gedrag ten aanzien van voer of objecten
  • Agressief gedrag naar andere mensen en/of honden

Veel eigenaren proberen dan van alles en nog wat om dit probleemgedrag te verhelpen. Goed bedoelde adviezen van vrienden en bekenden worden opgevolgd, maar veelal zonder het gewenste resultaat. Het niet juist inschatten van de ernst van de situatie speelt hierbij vaak een grote rol. Ondanks alle genomen maatregelen, blijft de hond volharden in zijn problematische gedrag. In sommige gevallen blijkt het ongewenste gedrag zich zelfs te versterken. De genomen maatregelen hebben dan feitelijk slechts geleid tot een belonende factor, die over het algemeen zo sterk is, dat hij door de hond als belangrijker wordt ervaren dan de straf die hij tot op dat moment voor zijn gedrag heeft gekregen.

De hond kan dus hondenproblemen hebben, waardoor hij, als ze niet adequaat worden opgelost, een probleemhond kan worden. Het is daarom een goede zaak, in geval de hond ongewenst gedrag vertoont dat als een probleem wordt ervaren, de deskundigheid van een gedragstherapeut in te roepen. Het is verstandig niet te lang te wachten met het inschakelen van deze deskundige, want hoe eerder een probleem wordt aangepakt, des te groter is de kans op succes.

Een half jaar je oor laten hangen naar de goed bedoelde adviezen van andere hondenbezitters in je omgeving is over het algemeen een half jaar instandhouden of zelfs verergeren van het ongewenste gedrag, terwijl dit half jaar dan al benut had kunnen worden om de problemen aan te pakken.

Pups

Ook pups kunnen, al komen zij bij een erkend fokker vandaan, gedragsproblemen vertonen. Als de pup een week of acht oud is, heeft het leerproces wel een grote, maar nog geen hoofdrol gespeeld en er zou dus sprake kunnen zijn van een biologische oorzaak. Indien je als eigenaar afwijkingen in het gedrag van je pup vermoedt, is het een goede zaak zo snel mogelijk een gedragstherapeut in te schakelen.

Hoe eerder er ingegrepen kan worden, des te beter. Afhankelijk van de fokker, kan er bij een pup die pas na twaalf weken wordt opgehaald, sprake zijn van een gebrekkige socialisatie. Natuurlijk zijn er fokkers die hun verantwoordelijkheden heel goed weten en die zichzelf tijd noch moeite besparen om een hondje dat door omstandigheden wat langer blijft, voldoende te socialiseren. Echter, het komt jammer genoeg ook nog heel vaak voor dat fokkers minder gewetensvol met hun pups bezig zijn.

Pups die wat langer blijven, worden vaak een beetje achteraf gehouden in de hoop dat er toch maar snel een koper komt. Deze pups worden niet genoeg mee naar buiten genomen om kennis te maken met verschillende soorten mensen, kinderen en andere soorten honden, met het verkeer en met alles waar ze de rest van hun leven ook mee te maken krijgen. Daarnaast bestaan er helaas ook altijd nog de zogenaamde “broodfokkers”, waarbij de pups in schuurtjes en hokken verblijven en daar feitelijk niet eerder uitkomen dan het moment van verkoop.

Deze pups, met een gebrekkige tot zeer gebrekkige socialisatie zijn niet zomaar om te vormen tot sociale gezinshonden; ze zijn gehandicapt. Er kan zelfs sprake zijn van een kennelsyndroom. In dat geval staat het hondje in zijn geheel niet meer open voor zijn omgeving en leeft het als het ware in een hel. Soms echter is het nog mogelijk de schade stapje voor stapje in te halen, maar daar is veel geduld, tijd en vakwerk voor nodig.

In geval van een zeer gebrekkige socialisatie kan niet altijd van tevoren worden gegarandeerd of een therapie resultaat zal opleveren. Het is dan aan de eigenaar de afweging te maken of hij veel extra tijd in het hondje kan en wil steken, zonder garantie op resultaat. Ook kan het zo zijn dat je een pup uit duizenden treft, die zich prima gedraagt, maar die een traumatische ervaring opdoet. Veelal zal je in eerste instantie aan de pup niets merken.

Desalniettemin is de kans groot dat hij na een paar maanden ineens een fobie blijkt te hebben. Wanneer je pup bijvoorbeeld is aangevallen en gebeten door een andere hond, is het goed hem in therapie te geven bij een gedragsbegeleider om mogelijke problemen in de toekomst voor te kunnen zijn.

Volwassen honden

Het zijn veelal de volwassen honden waarvoor een gedragstherapeut wordt ingeschakeld. Natuurlijk valt daarbij te denken aan honden die uit het asiel worden gehaald en die de nodige littekens hebben overgehouden aan de omgang met hun vorige eigenaar. In die gevallen komt een intensieve heropvoeding om de hoek kijken. Maar evenzeer gaat het om honden die van pup af aan bij hun baas zijn.

Soms gaat het om honden bij wie probleemgedrag op latere leeftijd ineens ontstaat. De oorzaak ligt dan vaak in een schokkende gebeurtenis, zoals bijvoorbeeld een verhuizing of het wegvallen van een gezinslid aan wie de hond zich bijzonder hechtte. Andere keren gaat het om honden bij wie het probleemgedrag van lieverlee is ontstaan. Doordat de eigenaar bepaald gedrag van de hond nooit echt heeft gesignaleerd, altijd heeft genegeerd, niet goed heeft gecorrigeerd of heeft gehoopt dat het vanzelf wel weer over zou gaan, kan langzaam maar zeker gedrag ontstaan wat als een probleem wordt ervaren.

Ook hier geldt, dat hoe eerder er ingegrepen wordt, des te beter. Dat neemt niet weg dat veel volwassen honden, ook al geven zij al gedurende een heel lange periode problemen, tot verrassende verbeteringen in staat zijn. Wanneer wij als mensen kruipen in de huid van de hond en dus gaan denken als een hond, kunnen wij de hond leren “verstaan” en kunnen wij hem op adequate wijze gaan “vertellen” wat wij nou eigenlijk wel en niet van hem verwachten.

Honden reageren hierop over het algemeen snel en positief. Als er meer duidelijkheid voor de hond komt, komt er voor hem ook meer ontspanning. Voor de eigenaar komt er in eerste instantie alleen inspanning, maar al snel zal hij voor deze inspanning worden beloond wanneer hij de verbetering in het gedrag van zijn hond kan waarnemen.

Uiteraard is het ene probleem het andere niet en zal het veelal afhangen van de oorzaak van het probleemgedrag en de manier waarop hiermee is omgegaan, hoe snel er resultaat geboekt kan worden. Heeft zijn ongewenste gedrag de hond bijvoorbeeld altijd iets opgeleverd, zal je sneller resultaat boeken dan dat dit slechts een enkele keer was. De gedragstherapeut zal de eigenaar in sommige gevallen ook attenderen op het feit dat bepaald ongewenst gedrag eerst in intensiteit toe zal nemen, om vervolgens af te zwakken en geheel te verdwijnen.

In ieder geval is het zo dat iedere verbetering staat of valt met de inzet en de mogelijkheden van de eigenaar. Hij is tenslotte degene die het – uiteraard onder deskundige begeleiding van de gedragstherapeut – uiteindelijk moet doen.

Oudere honden

Dat gedragstherapie voor oudere honden zinloos is, mag naar het land der fabelen verwezen worden. Natuurlijk is ongewenst gedrag bij oudere honden die dit al sinds jaar en dag vertonen ingesleten en niet of nauwelijks meer te verhelpen, maar wel kan gekeken worden naar het zo goed mogelijk omgaan met deze ingesleten problemen. Een gedragstherapeut kan daarbij waardevolle tips en adviezen geven en alles een eind in de goede richting brengen door middel van hondsvriendelijke hulpmiddelen.

Ook kan er sprake zijn van een oudere hond die door bijvoorbeeld familiaire omstandigheden moet worden overgeplaatst. Voor een oudere hond valt zo’n overplaatsing niet mee. Zijn omgeving en routine waren hem volledig bekend en hij zal zijn vorige tehuis voor langere tijd missen. Als ze uit het asiel komen en daar dus op hun oude dag heel veel stress hebben moeten ervaren, heeft ook dat zo z’n invloed. Als een oudere hond moeite heeft met een overplaatsing, al dan niet vanuit een asiel, en daardoor probleemgedrag ontwikkelt, is het zeker nuttig een gedragstherapeut in te schakelen.

Voor het geval er helemaal geen sprake is van een overplaatsing, zien we vaak dat een oudere hond deel gaat uitmaken van het meubilair. Hij vraag niet direct aandacht en krijgt het soms ook steeds minder tot helemaal niet. Hierdoor kunnen honden depressief worden. Ook kunnen zij op latere leeftijd ineens verlatingsangst krijgen of seniliteitsverschijnselen laten zien. Dit uit zich dan in het vragen om uitgelaten te worden terwijl ze net terug zijn, het niet meer de weg weten, het leven in een “eigen wereldje”.

Ook lichamelijk ondergaat de oudere hond nogal wat veranderingen, die er niet allemaal even gemakkelijk aan toe gaan. Het kan bijvoorbeeld zijn dat ze wat vaker uitgelaten moeten worden, omdat hun blaas en darmen minder goed functioneren. Wanneer een oudere hond gedragsproblemen gaat vertonen, is het daarom raadzaam een gedragstherapeut in te schakelen. Veelal kan deze met een objectieve kijk op de zaken de vinger op de zere plek leggen en advies geven waar zowel de eigenaar als de hond zelf mee uit de voeten kunnen.

Opvoeding versus actie

Bij trainen ga je stapsgewijs op een positieve manier de hond iets aanleren. Voor ieder stukje van een oefening dat de hond goed uitvoert wordt hij beloond en op die manier kom je tot het gewenste resultaat. Je leert de hond dus bepaald gedrag te vertonen wanneer je daar om vraagt. Opvoeden daarentegen heeft te maken met de sociale regels.

Dit geldt zowel voor honden als voor mensen. Je kan een kind op school leren lezen en schrijven. Dan praat je over opleiding, maar als het kind vervolgens allerlei schuttingwoorden op het behang gaat schrijven, komt het aspect opvoeding aan de orde. Je zal het kind kenbaar moeten maken dat sommige dingen wel en andere dingen niet door de beugel kunnen.

Hetzelfde geldt voor honden. Opvoeden is dus het stellen van grenzen. Dit mag wel en dat mag niet. Om die grenzen te ontdekken, zullen honden ze veelal eerst een keer overschrijden. Dat is het moment waarop de hond kenbaar moet worden gemaakt waar nou exact de grens ligt. Communicatie is dan ook van groot belang. Wij kunnen niet van onze honden verlangen dat zij onze taal spreken, maar we kunnen ons wel hun taal eigen maken.