vuurwerk

Wat je hond niet aanleert, hoef je ook niet af te leren. Lees hoe je ongewenst gedrag kunt voorkomen.

Agressie naar honden

Agressie naar andere honden is een veel voorkomend probleem. Honden die thuis hartstikke lief zijn, kunnen buiten ten aanzien van andere honden werkelijke drama’s zijn. Als ze maar een andere hond tegenkomen, of het nou een reutje of een teefje is, vertonen ze gedrag waarmee de baas alles behalve gelukkig is. Ook hier speelt weer de vraag “Waarom doet de hond dit?” En ook op deze vraag zijn weer heel veel antwoorden mogelijk.

Is de hond een echte mannetjesputter die al zijn rivalen wil laten weten wie de baas is in de buurt of zou het bijvoorbeeld zo kunnen zijn dat de hond juist helemaal niet zo zelfverzekerd is en al die andere honden maar eng vindt? Heeft de hond ooit een vervelende ervaring met een andere hond gehad? Is de hond goed gesocialiseerd? Vertoont de hond dit gedrag alleen in de buurt waar je woont, of gebeurt het ook op vreemd terrein?

Maakt het uit of de hond aangelijnd is of juist los? Heb je een teefje en in hoeverre speelt de loopsheid een rol? Moet je de reu nou wel of niet castreren? Hoe is het gesteld met de relatie tussen jou en de hond? Hoe is de houding van de hond? Wat is nou feitelijk het gedrag wat de hond vertoont? Kortom, het is niet altijd de meest voor de hand liggende motivatie die ten grondslag ligt aan de agressie die een hond ten opzichte van andere honden vertoont.

Vragen als deze en nog veel meer zijn van belang om te komen tot het antwoord op die eerste primaire vraag: “Waarom doet de hond dit?” Eerst als we beschikken over de juiste informatie en de hond goed aflezen, kunnen we het antwoord op deze vraag vinden, kan een diagnose worden gesteld en kan door middel van een daarbij passende therapie de oplossing voor het probleem worden aangedragen.

Prooigedrag

Naast vele andere gedragingen die honden laten zien, bestaat er ook prooigedrag. Je kan je wel voorstellen dat het een waar probleem vormt wanneer je hond een andere hond ziet als een prooi, die nagejaagd en gedood moet worden. Al snel zal de hele buurt jou en je hond schuwen. Voor het ontstaan van prooigedrag zijn meerdere oorzaken mogelijk. Afhankelijk van de oorzaak moet gekeken worden naar de oplossing voor dit probleem.

Kenmerkend bij prooigedrag is onder andere de sluiphouding die wordt aangenomen. Het hoofd zakt diep tussen de schouders en de staart wordt laag gedragen. Vaak zal de hond zijn potentiële prooi fixeren. Echter, ook zonder deze duidelijke kenmerken te laten zien, vertonen honden prooigedrag.

Gelukkig zijn problemen omtrent prooigedrag en –agressie door middel van een goede gedrags-begeleiding goed op te lossen. Uiteindelijk schaft toch iedereen een hond aan om er ontspannen mee uit te kunnen gaan; te kunnen genieten van een lekkere wandeling in de natuur, maar ook een rondje met de hond wat dichter bij huis, zonder dat de buurt je behandelt als had je een zeer besmettelijke ziekte.

Baknijd

Wolven leven in een roedel. Ze gaan met elkaar op jacht om te voorzien in hun voedsel. Eenmaal een grote prooi gevangen, heeft het alfa dier het recht als eerste te eten. Na de alfa volgt de beta enzovoort. De underdog moet het met de restjes doen.

In geval een ondergeschikte wolf toch probeert al snel even mee te gaan eten, wordt hij door de dominant terecht gewezen. De ondergeschikte zal afdruipen en wachten tot het uiteindelijk zijn beurt is of, indien hij niet zo overtuigd is van zijn ondergeschikte plaats, een gevecht aan gaan. Deze gevechten gaan er niet lichtzinnig aan toe. In de mensenroedel komt het evengoed wel eens voor dat een hond die zijn bak met eten krijgt, deze gaat verdedigen. Zodra de eigenaar maar in de buurt komt van de etensbak, laat de hond zijn tanden zien en eventueel gromt hij daar bij om zijn eigenaar vooral maar duidelijk te maken dat het ernst is.

Dit is voor veel mensen een groot probleem, want het gevecht aangaan met een hond die soortgelijke signalen afgeeft als de wolf op bovenstaande foto, is vragen om nog grotere moeilijkheden. Desalniettemin is ook dit een probleem wat onder deskundige begeleiding goed opgelost kan worden.

Angst

Stel je voor: je bent hartstikke bang voor iets. Wat doe je dan? Ga je hetgeen de angst oproept te lijf of ga je ervoor op de vlucht? In onze mensenwereld is het antwoord feitelijk snel gegeven. Het gros van ons zal afstand nemen van datgene wat ons angst inboezemt. In de hondenwereld is dat slechts gedeeltelijk het geval. Een hond die angst heeft vertoont veelal vluchtgedrag. In geval een hond vluchtgedrag vertoont, neemt hij in een hele lage houding, met zijn oren plat naar achteren en zijn staart tussen zijn poten zo snel als hij kan afstand. Loopt hij aan de riem, zal hij zich veelal proberen achter de baas te verschuilen.

Evengoed zijn er honden die menen dat de aanval nog altijd de beste verdediging is. Iemand die de hondentaal kent, zal angstagressie in één oogopslag herkennen, want ook al vertoont de hond agressie, zijn houding is laag en zijn motivatie is angst. Ook angst en angstgedrag zijn over het algemeen goed op te lossen problemen. Je moet de hond gaan leren dat de dingen of individuen waarvoor hij bang is, eigenlijk helemaal zo eng niet zijn.

Hier zijn verschillende methoden voor, afhankelijk van de vraag hoe de angst is ontstaan en waarvoor de hond angst heeft, dient de keuze gemaakt te worden uit de diverse therapieën die we kennen voor angst. Het mag voor zich spreken dat een hond die bang is voor vuurwerk, een hond die niet meer over de brug heen durft, een hond die agressie vertoont naar kinderen omdat hij kinderen eng vindt, een hond die bang is voor onweer en noem het maar op, allemaal een op maat gesneden aanpak behoeven.

Soms is de angst bij een hond zo extreem, dat hij totaal verstart en niet meer bereikbaar is. Dit zien we veelal wanneer er sprake is van een kennelsyndroom. Indien er sprake is van een kennelsyndroom is de hond gedurende zijn eerste levensweken niet goed gesocialiseerd. Het kan dan gaan om andere honden, maar evengoed om volwassen mensen of kinderen bijvoorbeeld. De socialisatiefase van de honden is van essentieel belang en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat een kennelsyndroom, veroorzaakt door een onvoldoende socialisatie, in tegenstelling tot alle andere vormen van angst of angstgedrag niet of nauwelijks op te lossen is.

Onzindelijkheid

Iedereen die een pup in huis krijgt begint vol goede moed aan de zindelijkheidstraining. De ene hond is uiteraard wat sneller zindelijk dan de andere, maar over het algemeen levert het geen problemen op. Zeker met behulp van een bench is een pup goed zindelijk te maken. Uiteraard is het zaak de juiste benchtraining te volgen. Daarmee vang je twee vliegen in één klap. Je leert de hond zindelijkheid en je kunt hem op deze manier leren alleen te blijven. Zorg er in ieder geval voor dat de bench de juiste afmetingen heeft. In geval de bench te groot is, werkt hij niet tegen onzindelijkheid.

Natuurlijk kennen we bijna allemaal de jonge hond die bij thuiskomst van de baas zo blij is dat hij of zij een plasje doet. Dit mag geen reden zijn voor de baas om boos te worden. De jonge hond heeft immers nog niet voldoende blaascontrole om bij hevige opwinding de plas op te houden. De beste methode is de hond dan heel rustig en het liefst buitenshuis te begroeten.

Naarmate de hond ouder wordt, komt deze blaascontrole vanzelf. Daarnaast hebben we natuurlijk ook de heel erg ondergeschikte honden die snel geneigd zijn een deemoedsplasje te doen. Ook nu mag de baas niet boos worden op de hond. Zou hij dit wel doen, wordt de onderdanigheid van de hond nog groter en zal het nog moeilijker worden deze deemoedsplasjes te voorkomen.

Toch zien we ook honden die altijd zindelijk zijn geweest, maar die ineens in huis gaan plassen en soms ook poepen. Uiteraard dient eerst via een dierenarts nagegaan te worden of de hond lichamelijke mankementen heeft. Het zou bijvoorbeeld zo kunnen zijn dat de hond een blaasontsteking heeft of dat er sprake is van incontinentie. Is dat alles gecheckt en is de hond helemaal gezond bevonden, heb je dus te maken met een gedragsprobleem. Zoals te zien is op de foto rechts, zijn het niet alleen de reutjes die hun poot optillen.

Ook de zelfverzekerde teven vertonen markeergedrag. Juist onder het oog van de ondergeschikte mannetjes zet dit alphavrouwtje een geurvlag uit. Wanneer de hond, reu of teef in huis gaat markeren, terwijl u hierbij aanwezig bent, zou u dus te maken kunnen hebben met een verstoorde rangrelatie. Evenzeer zou het zo kunnen zijn, dat het reutje wel in huis plast, maar niet zijn poot daarbij optilt en ook alleen plast in huis als u er niet bent. In dat geval is de motivatie van de hond dus een heel andere. In beide gevallen is het goed een gedragstherapeut te raadplegen. Deze helpt u op de juiste manier het probleem op te lossen.

Overmatig blaffen

We kennen het allemaal, een continu blaffende of jankende hond levert irritaties op. Natuurlijk hoeft de eigenaar niet altijd op voorhand te weten dat zijn hond constant zit te blaffen of te janken als hij er niet is. Daarom is het een goede zaak niet met de ergernissen rond te blijven lopen, maar de hondeneigenaren hierop te attenderen, zodat je ze de gelegenheid geeft het probleem op te lossen.

Wolven huilen. Het is een manier van communiceren. Feitelijk geven ze aan “Hier ben ik. Waar ben jij?” Een hond die alleen is, kan diezelfde vraag stellen “Baas, ik ben hier, maar waar ben jij?” Het verschil bij honden is alleen dat ze veelal het huilen hebben omgezet in blaffen. Wat geen verschil maakt, is dat het aldoor aanhoudt, net zo lang tot ze signalen ontvangen die de terugkomst van de baas aankondigen; dan worden ze stil.

Wat van belang is in deze situatie is wederom de vraag waarom de hond dit doet. Heeft hij nooit geleerd alleen te zijn of heeft hij stress als de baas bij hem vandaan gaat? Verveelt de hond zich? Is er iets niet in orde met de relatie tussen de baas en de hond of is de hond bang als hij alleen is? Er zijn diverse redenen te bedenken.

Het werken met ineens heel hard spelende radio’s, wekkers en dat soort zaken levert over het algemeen niet de oplossing voor dit probleem. De motivatie van de hond om dit ongewenste gedrag te vertonen is de sleutel tot het succes. Als de motivatie waarom de hond dit doet duidelijk is, is de oplossing voor het probleem eenvoudig aan te dragen.