hollandse herder ras

Levensverwachting: 12 - 14 jaar

Gewicht: 28 - 30 kg

Schofthoogte: 55 - 62 cm

Hollandse Herder

De Hollandse Herder is, zoals de naam al verklapt, een hondenras dat afkomstig is uit Nederland.

Geschiedenis

De Hollandse Herder is een oud Nederlands ras dat omstreeks 1890 meer bekendheid kreeg. In 1898 werd in Nederland een speciale club opgericht die tot doel had het ras te bewaren en te ontwikkelen. Sindsdien het ras in uiterlijk en karakter onveranderd gebleven. Vroeger had men op de boerderij een veelzijdige hond nodig, die weinig eisen stelde en zich goed had aangepast aan het harde bestaan van die tijd. De Hollandse Herdershond behoort tot de hoedende herdershonden, dat wil zeggen dat hij daarbij voornamelijk naast de schapen loopt en niet erachter.

De Hollandse Herdershond kent drie variëteiten, de korthaar, de ruwhaar en de langhaar. Deze variëteiten verschillen enkel qua vacht van elkaar. De Hollandse Herder is nooit een modehond geweest. In 1999 waren er in Nederland ongeveer 2.000 kortharen, 750 ruwharen en 1.000 langharen. In vroegere eeuwen had men op het platteland bij de boeren en herders een veelzijdige hond nodig, een manusje van alles, dat weinig eisen stelde en aangepast was aan het harde bestaan van die tijd. Dit ras komt zelden buiten Nederland voor.

Karakter

De Hollandse Herder is aanhankelijk, gehoorzaam, trouw, betrouwbaar en waaks. Een consequente opvoeding is noodzakelijk, echter wel met een zachte Hij vraagt te allen tijde om duidelijke leiding. Ontbreekt die dan kan hij zelf de leiding nemen. De dieren zijn heel intelligent en leren enorm snel, dit maakt dat ze zich ook snel gaan vervelen, variatie in de dagelijkse training van de hond speelt hier dan ook een essentiële rol. De Hollandse Herder kan gebruikt worden als herdershond maar is ook uitermate geschikt als gezinshond. 

Gezondheid van de Hollandse Herder

Honden van dit ras waarmee wordt gefokt, moeten worden onderzocht op de aanwezigheid van heup- en elleboogdysplasie.

Verzorging

Ze komen voor in korthaar; vrij harde, vlakke, niet te korte vacht met ondervacht. Langhaar; het lichaam wordt bedekt door een lange, aanliggende, rechte, krachtige vacht met dichte en zachte ondervacht. Ruwhaar; harde, ruwe en warrelige dekharen met een zachte ondervacht. Wekelijks borstelen met een zachte borstel is over het algemeen voldoende om de vacht in goede conditie te houden.

© 2020 | Sitemap